Rob Birza

Het werk van Rob Birza is barok en brutaal. Hij maakt schilderijen, tekeningen, sculpturen, installaties, theaterdecors, keramiek en wat al niet. Het grillige oeuvre van Birza staat bol van paradoxen: orde die chaos is, het geestelijke dat zinnelijk is, het verhevene dat banaal is. Zijn werk gedijt bij een onconventionele sampling van stijlen, materialen en technieken, die worden ingezet voor verleiding en misleiding, vernietiging en creatie, ontkenning en bevestiging. Alles wat zijn werk suggereert, wordt in datzelfde werk transparant gemaakt. Birza gaat te werk als een goochelaar die het publiek dat hij bedot in vertrouwen neemt over de werking van de truc. Dat maakt zijn werk niet alleen uitdagend, maar ook innemend en genereus.

Guido van der Werve

Deze kunstenaars begeeft zich met zijn werk op de grens van performance, conceptuele kunst en film. De afgelopen jaren, sinds zijn afstuderen aan de Rietveld Academie in Amsterdam, stampte hij filmproducties uit de grond waar menig ervaren cineast jaloers op kan zijn. ‘Spierballenproducties’ zijn het, die in het uiteindelijke resultaat een peulenschil lijken, vanwege de relativering en de humor die Van der Werve in zijn films stopt. Zijn films zijn regelmatig te zien geweest op filmfestivals en op tentoonstellingen, zoals in De Hallen in Haarlem. Winnaar van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2007.

Herman Tulp

Een ongekend fijnschilder die zijn penseel op uiterst klassieke wijze hanteert, maar zijn onderwerpen zo eigentijds en eigenzinnig weergeeft. Tulp legt zich toe op stillevens, maar heeft ook andere onderwerpen op zijn repertoire zoals vrouwelijke naakten. In de loop der jaren werd de eerst volop aanwezige symboliek en surrealistische toon ondergeschikt aan lichtval, sfeer en compositie. De vrouwen uitgebeelde en meisjes bevinden zich in ruimtes waar de tijd zijn sporen heeft nagelaten.

Marcel van Eeden

Zijn werk bestaat voornamelijk uit kleine tekeningen, meestal op liggend formaat in zwart-wit. Hij maakte vanaf zijn afstuderen tot 1997 enkel tekeningen van negentien bij veertien centimeter, later van negentien bij achtentwintig centimeter. Deze tekeningen omvatten allerlei afbeeldingen, steevast van foto’s en illustraties uit de periode vóór zijn geboorte (ca. 1900 – 1965). Vanaf 2001 tot 2007 onderhield hij een ’tekenlog’ waar hij dagelijks zijn werk publiceerde. Zelf ziet Van Eeden het werk als een doorlopende serie, waarbinnen verschillende (parallel-lopende) verhalen voorkomen, zoals de tekeningen over de botanicus K.M. Wiegand (die echt heeft bestaan), die zowel een fictieve kunstenaar wordt, als een societyfiguur, architect, schrijver, misdadiger, enz. Sinds 2012 maakt hij tekeningen op grotere formaten.

Eppe de Haan

Oorspronkelijk was Eppe de Haan kunstschilder. Maar op een tentoonstelling van zijn schilderijen kreeg hij van een collega te horen: “Gooi weg die kwasten, zie je dan niet dat je beeldhouwer bent?” Hierdoor aangezet, maakte Eppe de overstap naar de beeldhouwkunst. Sinds 1993 woont en werkt hij in het Italiaanse Pietrasanta, waar hij hakt in Carrara marmer. In het koele marmer en koude brons laat hij sensuele figuren verschijnen. Hard materiaal en warm sentiment staan tegenover elkaar en worden tegelijkertijd in Eppes werk met elkaar verbonden. De namen van zijn beelden zijn veelzeggend: Silent Whisper, Reflexie, Aurora, Guardiano en Gedachte. Sinds kort laat hij sommige van zijn beelden in glas uitvoeren.

Ossip

Voor zijn assemblages maakt Ossip gebruik van gevonden voorwerpen. Van oude foto’s en gebruiksvoorwerpen waarvan de ‘huid’ bewerkt is en die soms voorzien zijn van raadselachtige teksten. De foto’s staan op oude bijzettafeltjes, gammele klapstoeltjes en vieze strijkplanken. Andere afbeeldingen hangen met kettingen aan het plafond. Ossip heeft de mensen op deze foto’s, vaak gemaakt voor medische boeken, eerst bevrijd uit hun oorspronkelijke context om ze vervolgens opnieuw gevangen te zetten in een ruimtelijke samenhang waarin voor rede en logica geen plaats is. Ossip heeft een voorkeur voor foto’s van gemankeerde mensen: kinderen met een waterhoofd, gehandicapten. Het zijn beklemmende beelden.

John Körmeling

John Körmeling (Amsterdam, 1951) is een Nederlandse beeldhouwer en architect. Hij realiseerde vele opdrachten in de openbare ruimte en nam deel aan tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Hij heeft een brede en onconventionele kijk op architectuur, omdat dit voor hem niet slechts bouwkunst behelst, maar ook stedenbouwkunde, design en beeldende kunst. Zijn werk draagt hier de sporen van en kan niet worden ondergebracht onder één noemer. Het leitmotiv van zijn oeuvre is het begrip ‘ruimte’ en de verschillende manieren waarop men hiermee kan omgaan. Voor de Expo 2010 in Shanghai ontwierp hij het Nederlandse paviljoen Happy Street.

Foto 1: Happy Street World Expo Shanghai 2010.
Foto 2: ‘TEA HOUSE’ Valkenberg Park, Breda, 2002.

Jan van der Kooi

Jan van der Kooi (1957) studeerde aan de Kunstacademie Minerva in Groningen. De onderwerpen voor zijn werk zoekt hij in zijn eigen omgeving. Licht, ruimte en kleur spelen de meest opvallende rol in zijn olieverfschilderijen. Hij plaats zijn onderwerpen vaak lukraak buiten het centrum, ziet ze van boven af als ze op de grond staan. Daarbij neemt zonlicht dat door het atelierraam naar binnen valt een steeds belangrijkere plaats in. Zijn palet is licht van kleur, zijn aanraking eveneens licht. Hij maakt regelmatig verre reizen en verblijft jaarlijks enkele weken in Venetië, omdat die stad hem inspireert met zijn atmosfeer en licht.

Magali Reus

Ze maakt sculpturen waarbij ze een verband probeert aan te geven tussen het menselijk lichaam en consumptieproducten uit de 21e eeuw, ofwel tussen het esthetische en het onvolmaakte. Ze ontving de Prix de Rome voor vijf werken binnen haar serie Leaves. De jury schreef over haar: “Deze kunstenaar werkt doelgericht en beheerst aan een nieuwe koers, maakt daarbij heldere keuzes en vertaalt dit in een prikkelende presentatie die tegelijk formeel en persoonlijk is en zich geleidelijk voor de bezoeker opent.”

Joyce Overheul

”Mijn werken draaien vaak om onderwerpen als gelijkheid, emancipatie, vrouwenrechten en feminisme. Mijn kunst raakt zowel hedendaagse als historische onderwerpen aan. Ik maak kunst met technieken uit het verleden over situaties uit het heden. De technieken en media die ik gebruik voor mijn kunst zijn vaak erg arbeidsintensief, zoals het maken van met de hand genaaide wandkleden of het weven met kralen. Ik werk vaak met textiel en fotografie, maar ik beperk me niet bij voorbaat tot deze twee media. In het ontwikkelingsproces van nieuw werk neem ik elk mogelijk materiaal in ogenschouw om te kijken wat het beste bij de thematiek en inhoud van het nieuwe werk past. Wat ik fijn vind aan textiel en handwerk is dat er een interessante historische link is. Met elke steek die je naait verbind je het heden met het verleden. Ik verpak politieke statements en boodschappen in zachte lagen van fluweel, organza en andere stoffen. Door het gebruik van deze materialen worden mensen verleid tot dichterbij komen en de werken goed in zich op te nemen. Ondanks het feit dat de werken doordrenkt zijn van politieke inhoud, schrikken ze de kijker niet af door hun onschadelijke uiterlijk.”