Marcel van Eeden

Zijn werk bestaat voornamelijk uit kleine tekeningen, meestal op liggend formaat in zwart-wit. Hij maakte vanaf zijn afstuderen tot 1997 enkel tekeningen van negentien bij veertien centimeter, later van negentien bij achtentwintig centimeter. Deze tekeningen omvatten allerlei afbeeldingen, steevast van foto’s en illustraties uit de periode vóór zijn geboorte (ca. 1900 – 1965). Vanaf 2001 tot 2007 onderhield hij een ’tekenlog’ waar hij dagelijks zijn werk publiceerde. Zelf ziet Van Eeden het werk als een doorlopende serie, waarbinnen verschillende (parallel-lopende) verhalen voorkomen, zoals de tekeningen over de botanicus K.M. Wiegand (die echt heeft bestaan), die zowel een fictieve kunstenaar wordt, als een societyfiguur, architect, schrijver, misdadiger, enz. Sinds 2012 maakt hij tekeningen op grotere formaten.

Ossip

Voor zijn assemblages maakt Ossip gebruik van gevonden voorwerpen. Van oude foto’s en gebruiksvoorwerpen waarvan de ‘huid’ bewerkt is en die soms voorzien zijn van raadselachtige teksten. De foto’s staan op oude bijzettafeltjes, gammele klapstoeltjes en vieze strijkplanken. Andere afbeeldingen hangen met kettingen aan het plafond. Ossip heeft de mensen op deze foto’s, vaak gemaakt voor medische boeken, eerst bevrijd uit hun oorspronkelijke context om ze vervolgens opnieuw gevangen te zetten in een ruimtelijke samenhang waarin voor rede en logica geen plaats is. Ossip heeft een voorkeur voor foto’s van gemankeerde mensen: kinderen met een waterhoofd, gehandicapten. Het zijn beklemmende beelden.

Herman Tulp

Een ongekend fijnschilder die zijn penseel op uiterst klassieke wijze hanteert, maar zijn onderwerpen zo eigentijds en eigenzinnig weergeeft. Tulp legt zich toe op stillevens, maar heeft ook andere onderwerpen op zijn repertoire zoals vrouwelijke naakten. In de loop der jaren werd de eerst volop aanwezige symboliek en surrealistische toon ondergeschikt aan lichtval, sfeer en compositie. De vrouwen uitgebeelde en meisjes bevinden zich in ruimtes waar de tijd zijn sporen heeft nagelaten.

Eppe de Haan

Oorspronkelijk was Eppe de Haan kunstschilder. Maar op een tentoonstelling van zijn schilderijen kreeg hij van een collega te horen: “Gooi weg die kwasten, zie je dan niet dat je beeldhouwer bent?” Hierdoor aangezet, maakte Eppe de overstap naar de beeldhouwkunst. Sinds 1993 woont en werkt hij in het Italiaanse Pietrasanta, waar hij hakt in Carrara marmer. In het koele marmer en koude brons laat hij sensuele figuren verschijnen. Hard materiaal en warm sentiment staan tegenover elkaar en worden tegelijkertijd in Eppes werk met elkaar verbonden. De namen van zijn beelden zijn veelzeggend: Silent Whisper, Reflexie, Aurora, Guardiano en Gedachte. Sinds kort laat hij sommige van zijn beelden in glas uitvoeren.

Hannelore Houdijk

Hannelore Houdijk (1975) is op jonge leeftijd afgestudeerd aan de kunstacademie in Breda en deed daarna een masteropleiding aan de Dutch Art Institute in Enschede. Na haar afstuderen ontving ze een startstipendium en exposeert sindsdien in binnen- en buitenland. In haar atelier te Nederhorst den Berg maakt Hannelore realistische, kleurrijke en intense schilderijen, geïnspireerd op stillevens uit de 17 de eeuw. Ze zocht een nieuwe manier om stillevens te creëren met behoud van de bijzondere sfeer. Ze ontdekte na verschillende experimenten dat door voorwerpen in het water te leggen en te fotograferen er verrassende beelden ontstonden. Om de beelden vast te leggen in verf heeft Hannelore een speciale manier van schilderen ontwikkeld. Ze noemt het zelf ‘optisch schilderen’.

Jan van der Kooi

Jan van der Kooi (1957) studeerde aan de Kunstacademie Minerva in Groningen. De onderwerpen voor zijn werk zoekt hij in zijn eigen omgeving. Licht, ruimte en kleur spelen de meest opvallende rol in zijn olieverfschilderijen. Hij plaats zijn onderwerpen vaak lukraak buiten het centrum, ziet ze van boven af als ze op de grond staan. Daarbij neemt zonlicht dat door het atelierraam naar binnen valt een steeds belangrijkere plaats in. Zijn palet is licht van kleur, zijn aanraking eveneens licht. Hij maakt regelmatig verre reizen en verblijft jaarlijks enkele weken in Venetië, omdat die stad hem inspireert met zijn atmosfeer en licht.

Jasper Krabbé

Hij studeerde cum laude af (schilderkunst en grafiek) aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en aan de Cooper Union New York. Jasper Krabbé’s schilderijen reflecteren de herinnering aan plaatsen, gebeurtenissen en individuen, opgedaan tijdens reizen naar oa. Cuba, de Stille Zuidzee en Nieuw-Zeeland. Krabbé begon zijn artistieke carrière op straat: als de graffiti-artiest ‘Jaz’ maakte hij deel uit van het Amsterdamse collectief USA (United Street Artists). In zijn tekeningen maakt Jasper Krabbé vaak gebruik van bestaand materiaal, zoals enveloppen, pakpapier en pagina’s uit boeken of encyclopedieën. Daarmee mengt hij de oorspronkelijke functie met persoonlijke beelden.

John Körmeling

John Körmeling (Amsterdam, 1951) is een Nederlandse beeldhouwer en architect. Hij realiseerde vele opdrachten in de openbare ruimte en nam deel aan tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Hij heeft een brede en onconventionele kijk op architectuur, omdat dit voor hem niet slechts bouwkunst behelst, maar ook stedenbouwkunde, design en beeldende kunst. Zijn werk draagt hier de sporen van en kan niet worden ondergebracht onder één noemer. Het leitmotiv van zijn oeuvre is het begrip ‘ruimte’ en de verschillende manieren waarop men hiermee kan omgaan. Voor de Expo 2010 in Shanghai ontwierp hij het Nederlandse paviljoen Happy Street.

Foto 1: Happy Street World Expo Shanghai 2010.
Foto 2: ‘TEA HOUSE’ Valkenberg Park, Breda, 2002.

Guido van der Werve

Deze kunstenaars begeeft zich met zijn werk op de grens van performance, conceptuele kunst en film. De afgelopen jaren, sinds zijn afstuderen aan de Rietveld Academie in Amsterdam, stampte hij filmproducties uit de grond waar menig ervaren cineast jaloers op kan zijn. ‘Spierballenproducties’ zijn het, die in het uiteindelijke resultaat een peulenschil lijken, vanwege de relativering en de humor die Van der Werve in zijn films stopt. Zijn films zijn regelmatig te zien geweest op filmfestivals en op tentoonstellingen, zoals in De Hallen in Haarlem. Winnaar van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2007.

Joyce Overheul

”Mijn werken draaien vaak om onderwerpen als gelijkheid, emancipatie, vrouwenrechten en feminisme. Mijn kunst raakt zowel hedendaagse als historische onderwerpen aan. Ik maak kunst met technieken uit het verleden over situaties uit het heden. De technieken en media die ik gebruik voor mijn kunst zijn vaak erg arbeidsintensief, zoals het maken van met de hand genaaide wandkleden of het weven met kralen. Ik werk vaak met textiel en fotografie, maar ik beperk me niet bij voorbaat tot deze twee media. In het ontwikkelingsproces van nieuw werk neem ik elk mogelijk materiaal in ogenschouw om te kijken wat het beste bij de thematiek en inhoud van het nieuwe werk past. Wat ik fijn vind aan textiel en handwerk is dat er een interessante historische link is. Met elke steek die je naait verbind je het heden met het verleden. Ik verpak politieke statements en boodschappen in zachte lagen van fluweel, organza en andere stoffen. Door het gebruik van deze materialen worden mensen verleid tot dichterbij komen en de werken goed in zich op te nemen. Ondanks het feit dat de werken doordrenkt zijn van politieke inhoud, schrikken ze de kijker niet af door hun onschadelijke uiterlijk.”