Simon Schrikker

Simon Schrikker (1973) is een schilder, muralist en beeldhouwer die woont en werkt in Rotterdam, Nederland. Schrikkers werk is vertegenwoordigd in particuliere collecties in Nederland, de rest van Europa en de Verenigde Staten en in grote Nederlandse collecties zoals Kunstmuseum Den Haag en Museum Voorlinden, Wassenaar.
De werken van Simon Schrikker zijn een strijd tussen vorm en inhoud, tussen geschilderde materie en geschilderd beeld. Zijn onderwerpen hebben een schijnbare eenvoud: hij schildert zwerfhonden, haaien en inktvissen. Maar deze beelden zijn geen illustraties uit een boek over het leven van dieren. Ten eerste lijken de beelden met moeite uit de verf te komen. In die zin identificeren deze schilderijen zich duidelijk als schilderijen. Het medium maakt deel uit van de boodschap. En omdat de dieren die Simon schildert worden geassocieerd met verschillende gradaties van gevaar en angst, zit er ook een zekere agressie in zijn beelden. Deze agressie keert terug in de schilderkunstige manier waarop het oppervlak wordt behandeld. Als gevolg van deze dialectiek flirt het werk van Simon met expressieve abstractie: de beelden komen voort uit de materie maar lijken er onmiddellijk weer in te verdwijnen, waardoor het publiek moet ontrafelen waarnaar ze kijken. Deze dialectiek is de motor van Simons werk: wat beweegt op het doek is uiteindelijk een schilderkunstig gebaar.
Foto links: ‘Bullet Head’, 56x42x42 cm, aluminium, spray paint, polyester & wood, 2023. Foto- Ralph Roelse
Foto rechts: ‘Bully’s Portrait’ #1, acrylic on canvas, 80×60 cm, 2023. Courtesy- Unruly Gallery, Amsterdam

Viviane Sassen

Zij benadert haar onderwerpen op een intuïtieve manier, los van voorbeelden of referentiekaders. Een lichaam kan ze zien als een sculptuur en principes als onthullen en verhullen dragen bij aan het raadsel van haar foto’s. Sassen maakt gebruik van de geheimzinnige effecten van schaduw en de flamboyante expressiviteit van kleur. Daarnaast weet ze met sommige modellen een bijzondere intimiteit op te bouwen, waardoor haar foto’s soms erotiserend kunnen zijn, maar tegelijkertijd ook ruimtelijk, contrastrijk of explosief. Altijd zijn haar beelden intrigerend en bijzonder en soms op een bepaalde manier surreëel.

Elise van der Linden

Voor haar beeldend werk laat zij zich leiden door het vaak onopgemerkte verloop van de dingen. Zoals een groeiproces van een plant, ophopingen en resten van ooit belangrijke verhalen op papier, de snelheid van onze voertuigen, de door de mens gebouwde ruimten en constructies die weer uiteen vallen. De tijd brengt een constante spanning tussen verandering en de menselijke neiging tot het vasthouden aan wat was. Zij ziet in de door mensenhanden gevormde wereld een momentopname van een transformatie. Het toont de wisselwerking tussen natuur en de menselijke ‘natuur’ met zijn architectuur en techniek. Hierin is de kracht en kwetsbaarheid van de mens zichtbaar. Werelden kunnen onaf, vervreemd of vergeten zijn door het proces van vernieuwing of veroudering.

Tjalf Sparnaay

Vanaf 1987 werkt hij aan een imposant oeuvre, steeds zoekend naar nieuwe, nog nooit geschilderde beelden. Zijn Megarealisme is onderdeel van de eigentijdse en internationale stroming die Hyperrealisme wordt genoemd waarbinnen hij inmiddels als een van de belangrijkste schilders gezien wordt. Gebakken eieren, patat, broodjes en ketchupflessen, Barbiepoppen, knikkers en herfstbladeren. Kunstenaar Tjalf Sparnaay brengt dit soort triviale onderwerpen in beeld en blaast ze op tot enorm formaat, als donderslagen op het netvlies.

Esther Tielemans

Ze kreeg de Wolvecampprijs 2014: Esther Tielemans maakt ruimtelijk werk waarin kleur allesbepalend is. Vertoonde haar eerdere werk nog figuratieve verwijzingen naar het landschap nu zijn het installaties in de vorm van filmische minimalistische landschappen, vol met visuele en ruimtelijke spanningen. In haar installaties wordt de kijker als het ware aangetrokken en afgestoten door velden van kleur, alsof je letterlijk je positie moet bepalen ten opzichte van de ingrediënten die de schilderkunst bepalen en die steeds weer opnieuw op een nieuwe manier worden toegepast en ten tonele worden gevoerd, alsof het een totale viering van de schilderkunst betreft.

Guda Koster

Met haar installaties, sculpturen en foto’s creëert Guda Koster surreële situaties gebruik makend van het menselijk lichaam (vaak haarzelf), kleding en patronen. Haar werk is niet abstract, wel gestileerd, zeker vreemd en humoristisch. Het is werk dat zich begeeft tussen het gebied van mode, beeldhouwkunst, fotografie en performance.

Marinus Boezem

Boezem wordt, samen met de kunstenaars Jan Dibbets en Ger van Elk, gezien als de grondlegger van de conceptuele kunst en arte povera in Nederland in de jaren zestig. Hij staat bekend om zijn vernieuwende kunstopvattingen, zijn bizarre en vaak ludieke happenings en zijn werk in de openbare ruimte. Boezem werkt onder andere met wind, lucht en bomen, met muziekstandaarden, spiegels en graan. De uiteindelijke vorm van het werk is al even uiteenlopend. Van sculptuur, videowerk en installatie tot site specific werk in de openbare ruimte.

Heddy Honigmann

Haar bekendste speelfilms zijn Hersenschimmen en Tot ziens en haar bekendste documentaires Metaal en melancholie, Forever en O Amor Natural. Haar documentaire Crazy won in 2000 het Gouden Kalf voor Beste Lange Documentaire. In 2006 won ze een tweede Gouden Kalf met haar film Forever. Drie maal kreeg ze de Prijs van de Nederlandse Pers (KNF): in 1995 voor haar speelfilm Tot Ziens (met Johanna ter Steege), in 1998 voor de documentaire Het Ondergronds Orkest en in 2006 voor haar film Forever. In 2016 kreeg ze de oeuvreprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Femke Dekkers

Femke Dekkers speelt met het spanningsveld tussen twee- en driedimensionaliteit. Als geen ander verstaat zij de kunst om dingen in de ruimte zo voor te stellen dat ze in een plat vlak lijken te staan. In haar fotoseries gaat het steeds om de transformatie van door haarzelf gebouwde ruimtelijke installaties. De toevoeging van geschilderde vlakken en vormen roept verwarring op bij de toeschouwer: vanuit een bepaald gezichtspunt lijken we de diepte in te kijken, vanuit een andere invalshoek blijkt het om een platte weergave te gaan. In haar recente werk speelt een vierkant dat op een hoek staat de aanvoerder van de ontregelende blik. Het zwarte blok contrasteert met het bruin van het karton en het wit van andere vormen. Het daagt, net als de kunstenaar, de wet van het perspectief uit. (Tekst: Mondriaanfonds.nl)

Jurre Blom

Hij baseert al zijn werk op gevonden foto’s; hij wil authentieke situaties schilderen die daardoor bijna surrealistisch lijken te worden. De voorstelling vraagt om een verklaring; het is een soort ’tussenmoment’. Er is iets aan vooraf gegaan en er staat nog iets te gebeuren, maar in het moment zelf is het niet duidelijk wat dit inhoudt. Uiteindelijk is het de bedoeling om tot een soort verontrustende situatie te komen. Een schijnbaar vertrouwde voorstelling die om een onduidelijke reden niet lijkt te kloppen; waar iets mis mee is.