Pieter J. Knorr

Zijn werk wordt gekenmerkt door sobere kleuren en zachte contouren. De concentratie ligt in het vinden van het wezen der dingen, de dimensies van het zijn. Pieter Knorr speelt met het licht, hij vangt die betovering in verf en laat het beeld vrij. De potten, schalen, bloemen en dieren zijn zowel krachtig als weerloos. Kijken naar deze stillevens betekent ontroering. Zowel het wrange als het zoete van het leven en het levenloze worden in stilte zichtbaar. Elk schilderij heeft een geheim, het doet iets met de beschouwer.

Couzijn van Leeuwen

Van Leeuwen werkt vooral met karton, hij maakt onder meer sculpturen, meubels en gangenstelsels van stroken karton, die soms in brons worden gegoten of uitgevoerd in keramiek. Van Leeuwens techniek waarbij hij steeds elementen toevoegt, gebruikte hij ook voor de metalen Oude Eemloopbrug die in 2011 in Amersfoort werd geplaatst, ter herinnering aan de voormalige Eembedding die een aantal jaren daarvoor werd teruggevonden. Planten en dieren zijn een terugkerend thema in zijn werk.

Elise van der Linden

Voor haar beeldend werk laat zij zich leiden door het vaak onopgemerkte verloop van de dingen. Zoals een groeiproces van een plant, ophopingen en resten van ooit belangrijke verhalen op papier, de snelheid van onze voertuigen, de door de mens gebouwde ruimten en constructies die weer uiteen vallen. De tijd brengt een constante spanning tussen verandering en de menselijke neiging tot het vasthouden aan wat was. Zij ziet in de door mensenhanden gevormde wereld een momentopname van een transformatie. Het toont de wisselwerking tussen natuur en de menselijke ‘natuur’ met zijn architectuur en techniek. Hierin is de kracht en kwetsbaarheid van de mens zichtbaar. Werelden kunnen onaf, vervreemd of vergeten zijn door het proces van vernieuwing of veroudering.

Tjalf Sparnaay

Vanaf 1987 werkt hij aan een imposant oeuvre, steeds zoekend naar nieuwe, nog nooit geschilderde beelden. Zijn Megarealisme is onderdeel van de eigentijdse en internationale stroming die Hyperrealisme wordt genoemd waarbinnen hij inmiddels als een van de belangrijkste schilders gezien wordt. Gebakken eieren, patat, broodjes en ketchupflessen, Barbiepoppen, knikkers en herfstbladeren. Kunstenaar Tjalf Sparnaay brengt dit soort triviale onderwerpen in beeld en blaast ze op tot enorm formaat, als donderslagen op het netvlies.

Esther Tielemans

Ze kreeg de Wolvecampprijs 2014: Esther Tielemans maakt ruimtelijk werk waarin kleur allesbepalend is. Vertoonde haar eerdere werk nog figuratieve verwijzingen naar het landschap nu zijn het installaties in de vorm van filmische minimalistische landschappen, vol met visuele en ruimtelijke spanningen. In haar installaties wordt de kijker als het ware aangetrokken en afgestoten door velden van kleur, alsof je letterlijk je positie moet bepalen ten opzichte van de ingrediënten die de schilderkunst bepalen en die steeds weer opnieuw op een nieuwe manier worden toegepast en ten tonele worden gevoerd, alsof het een totale viering van de schilderkunst betreft.

Guda Koster

Met haar installaties, sculpturen en foto’s creëert Guda Koster surreële situaties gebruik makend van het menselijk lichaam (vaak haarzelf), kleding en patronen. Haar werk is niet abstract, wel gestileerd, zeker vreemd en humoristisch. Het is werk dat zich begeeft tussen het gebied van mode, beeldhouwkunst, fotografie en performance.

Marinus Boezem

Boezem wordt, samen met de kunstenaars Jan Dibbets en Ger van Elk, gezien als de grondlegger van de conceptuele kunst en arte povera in Nederland in de jaren zestig. Hij staat bekend om zijn vernieuwende kunstopvattingen, zijn bizarre en vaak ludieke happenings en zijn werk in de openbare ruimte. Boezem werkt onder andere met wind, lucht en bomen, met muziekstandaarden, spiegels en graan. De uiteindelijke vorm van het werk is al even uiteenlopend. Van sculptuur, videowerk en installatie tot site specific werk in de openbare ruimte.

Femke Dekkers

Femke Dekkers speelt met het spanningsveld tussen twee- en driedimensionaliteit. Als geen ander verstaat zij de kunst om dingen in de ruimte zo voor te stellen dat ze in een plat vlak lijken te staan. In haar fotoseries gaat het steeds om de transformatie van door haarzelf gebouwde ruimtelijke installaties. De toevoeging van geschilderde vlakken en vormen roept verwarring op bij de toeschouwer: vanuit een bepaald gezichtspunt lijken we de diepte in te kijken, vanuit een andere invalshoek blijkt het om een platte weergave te gaan. In haar recente werk speelt een vierkant dat op een hoek staat de aanvoerder van de ontregelende blik. Het zwarte blok contrasteert met het bruin van het karton en het wit van andere vormen. Het daagt, net als de kunstenaar, de wet van het perspectief uit. (Tekst: Mondriaanfonds.nl)

Jan Banning

De thema’s macht, recht en onrecht staan centraal in het werk van Banning. Hij reist hiervoor de hele wereld over. Zijn foto’s slaan een brug tussen kunst en wetenschap. Hij omschrijft zichzelf als een romantische anarchist. Zijn foto’s worden regelmatig gepubliceerd in kranten en bladen als The Guardian, Time, Vrij Nederland en GEO, en bevinden zich in collecties van onder meer het Rijksmuseum Amsterdam en het Museum of Fine Arts Houston. Eén van Bannings beroemdste is zijn bekroonde World Press fotoserie ‘Bureaucratics’ (2003-2007). Zijn meest indrukwekkende serie is ‘Troostmeisjes’. Hij doorbreekt met deze fotoportretten het taboe dat op de geschiedenis van de duizenden troostmeisjes in Azië ligt. ‘Troostmeisjes’ wordt zelfs in Japan geëxposeerd.

Jurre Blom

Hij baseert al zijn werk op gevonden foto’s; hij wil authentieke situaties schilderen die daardoor bijna surrealistisch lijken te worden. De voorstelling vraagt om een verklaring; het is een soort ’tussenmoment’. Er is iets aan vooraf gegaan en er staat nog iets te gebeuren, maar in het moment zelf is het niet duidelijk wat dit inhoudt. Uiteindelijk is het de bedoeling om tot een soort verontrustende situatie te komen. Een schijnbaar vertrouwde voorstelling die om een onduidelijke reden niet lijkt te kloppen; waar iets mis mee is.